dinsdag 18 november 2008

Week 2 - Participatie en Educatief Ontwerp

Leesvragen

  • In zijn artikel Computer Games as Participatory Media Culture haalt Joost Raessens op pagina 379 een quote van Laurel aan: "The search for a definition of interactivity diverts our attention from the real issue: How can people participate as agents within representational contexts". Laurel beargumenteert dus dat de notie van interactiviteit afleidt van wat echt belangrijk is volgens hem: de vraag hoe mensen als gebruikers kunnen participeren binnen representatieve contexten. Ik vraag me echter af of voor participatie niet juist een vorm van interactiviteit - ergo, de mogelijkheid om als gebruiker in te spelen op gebeurtenissen in een game en feedback op die activiteit te krijgen - noodzakelijk is. Als gebruiker/gamer is het namelijk van essentieel belang dat je feedback krijgt op je activiteiten in een game; anders weet je niet of je acties een effect teweeg brengen.

  • In het artikel Game Design and Meaningful Play van Salen & Zimmerman spreken de auteurs van meaningful play, waarbij de auteurs opvallen vaak refereren aan narratieve games. Ik vraag me hierdoor af of narrativiteit in een game een essentieel onderdeel is voor meaningful play.

  • In het artikel Playing History. Reflections on mobile and location-based learning van Joost Raessens gaat de schrijver in op de pervasive game Frequency 1550, waarbij spelers met mobiele telefoons door historisch Amsterdam lopen en onderweg instructies krijgen. Bij deze pervasive game kan men zich afvragen welk element zwaarder weegt: de historische accuraatheid of het spelelement.

  • Overkoepelende vraag: In hoeverre is de notie van meaningful play toe te passen op pervasive games, zoals Frequency 1550?

Geen opmerkingen: